Meer zelf doen en samen doenDe gezondheidszorg is sterk in beweging. Al een paar jaar wordt er steeds meer gestuurd op efficiëntere en effectievere behandelingen. Ook de complementaire gezondheidszorg, waar InnerlijkKindWerk onder valt, heeft een enorme professionaliseringsslag doorgemaakt. Dit heeft ervoor gezorgd dat complementaire zorgverleners steeds meer serieus genomen worden door beleidsmakers en verzekeraars. Tegelijkertijd staan veel zorgpraktijken onder druk van teruglopende klantenaantallen als gevolg van de economische crisis. Mensen krijgen minder vergoed of zijn minder snel bereid om financiële verplichtingen aan te gaan voor een behandeltraject.

Kern van de bewegingen in de zorg (in bredere zin) is dat inzet van de dure professionele kracht steeds meer beperkt gaat worden tot de complexere gevallen. Daar waar mensen hun problemen zelf of samen met hun netwerk hanteerbaar kunnen maken, zal dat ook zo worden aangepakt. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 is daar een zeer actueel en confronterend voorbeeld van. Drie elementen wil ik hier benoemen die ik als kans zie voor complementaire zorgverleners om zich beter te positioneren in het bewegende veld van zorgverleners in de eigen buurt of regio.

Huisartsenpraktijken hebben in de afgelopen tijd allemaal praktijkondersteuners (POH’s) aan hun personeel toegevoegd. Meestal een praktijkondersteuner op somatisch gebied (fysieke klachten) en één op het vlak van de geestelijke gezondheid. Deze POH’s moeten de aanvoer van patiënten naar ziekenhuizen verminderen door als eerste behandelstation voor hulpvragen te dienen. Dat betekent soms dat de POH’s patiënten zelf behandelen in de huisartsenpraktijk. Het kan ook betekenen dat de POH na de intake besluit dat iemand gebaat is bij een gespecialiseerde professional, wat ook een complementaire (niet-medische) behandeling kan inhouden. Het is daarom van strategisch belang om je als complementaire zorgverlener bekend te maken bij de POH’s in je buurt of regio. Zo kun jij mogelijk ook een van de professionals worden, waarnaar doorverwezen kan worden. Mijn eerste contacten met lokale POH’s verliepen positief. Je professionele beroepstitel en verzekeringserkenning zijn hierbij noodzakelijke voorwaarden natuurlijk.

In het kader van de WMO 2015 zal in wijkgerichte en zelfsturende teams de eerste golf zorgvragen van gezinnen, ouderen en andere doelgroepen opgevangen en bekeken gaan worden. In zo’n wijkteam zitten personen uit de wijkverpleging, thuiszorg, buurtzorg en maatschappelijk werk en heeft tientallen cliënten onder zijn hoede. Hier wordt bekeken of de hulpvraag door iemand zelf of samen met zijn netwerk opgelost kan worden. Pas daarna gaat men eventueel over tot doorverwijzing naar een professional. Ook hier is het van belang om als complementaire zorgverlener erover na te denken of het zinvol kan zijn om je vanuit jouw discipline bekend te maken bij die nieuwe wijkteams. Hier is het misschien wel lastig dat deze wijkteams vaak nog in oprichting zijn en het soms niet duidelijk is wie je kunt aanspreken.

Ook op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg is er een beweging gaande terug naar de ‘core business’. Ook daar komt meer een element van zelf doen en samen doen in zwang in de vorm van het inzetten van ervaringsdeskundigen (oud-patiënten). Zij zullen taken in behandeltrajecten gaan vervullen zodat de professionele behandelaar zich meer kan gaan concentreren op complexere zorgvragen. Vooralsnog is het fenomeen ervaringsdeskundige nog zo nieuw voor de reguliere professional, dat het accent vooral nog ligt op het gevoelig maken van de professionele organisaties voor deze bijzondere medewerkers. Ervaringsdeskundigen zijn soms tot een doorbraak gekomen in hun proces mede door uitstapjes te maken naar de complementaire behandelaar. De kans die hier ligt voor complementaire zorgverleners is naar mijn idee vooral het aanhaken bij ervaringsdeskundigen als gedreven ambassadeurs van meer mensgerichte en holistische behandelwijzen.

Wanneer je als complementaire zorgverlener aankijkt tegen een sterk gedaalde zorgvraag en je zoekt naar nieuwe mogelijkheden om een cliëntenstroom aan te boren, dan denk ik dat praktijkondersteuners, wijkteams en ervaringsdeskundigen nieuwe zinvolle partners kunnen worden in je directe omgeving. Ook brengt het de reguliere en aanvullende zorg dichter bij elkaar. En tot slot speelt deze herpositionering helemaal in op het minder snel medicaliseren van zorgvragen en het stimuleren van mensen tot meer zelfredzaamheid en zelfhelend vermogen.

0 Responses to Praktijkondersteuners, wijkteams en ervaringsdeskundigen als nieuwe zorgpartners?

Leave a Reply