Nieuwsgierig naar jezelfMensen die innerlijk kindwerk willen doen, komen vaak met uitspraken als ‘ik mag niet genieten’, ‘ik kan me niet ontspannen’, ‘ik mag niet blij zijn’. Er mag een heleboel niet. Naar mijn gevoel speelt er een soort wetmatigheid een rol in de manier waarop we onszelf in evenwicht hebben leren houden: als het ene niet mag, dan mag het tegenovergestelde waarschijnlijk ook niet. Als ik niet verdrietig mag zijn, dan mag ik ook niet blij zijn. Wat mij zo blijft inspireren in het innerlijk kindwerk, is de toestemming dat je jezelf helemaal mag leren kennen, van de hoogste hoogte tot de diepste diepte. Heel bevrijdend die toestemming, er is helemaal geen veroordeling, er is alleen maar een groeiend liefdevol bewustzijn en het stap voor stap achterlaten van je geploeter, het ontspannen in wie je wèl bent.

Hoe meer hoekjes en laagjes ik in mezelf mag erkennen en toestaan, hoe blijer en ontspannener ik word. Hoe meer mijn ‘container’ (zoals ik dat noem), mijn persoonlijke ruimte mag uitdijen, hoe meer ik kan en mag genieten van wat of wie er in mijn leven is. En hoe meer mijn ‘container’ uitdijt, hoe groter deel van het leven er binnen mijn ontspanning valt. Boeddha wordt soms afgebeeld met een hele dikke buik. Dat betekent niet dat hij zoveel te eten had, integendeel. Die buik symboliseert zijn totale ontspanning. Check zelf nu maar eens of je buikspieren ontspannen zijn of niet. Mag je buik ‘hangen’? Als dat mag, dan ben je al aardig op weg om ontspannen te mogen genieten van wat er is. Als je je buik strak trekt dan haal je de ruimte uit je lichaam weg om je gevoel te voelen. Je ‘container’ vernauwt zich. Een ander kenmerk dat hier direct mee samenhangt is een hoge ademhaling: wanneer er geen uitdijing mogelijk is in de buik, dan kun je alleen maar hoog ademen. En minder ademen is minder voelen.

Er mocht een heleboel niet
De weg naar het beter leren kennen van jezelf loopt dus via het weer contact maken met je gevoel. Je voelt natuurlijk de hele tijd van alles, maar er weer contact mee maken, dat is wat anders: contact met je primaire sensaties, met je emoties en met je gevoelens. Belangrijk is ook om af te leren onze gevoelens eerst te analyseren en censureren in ons hoofd. Erover nadenken en inzichten ontwikkelen volgen vanzelf, daar hoef je niet extra je best voor te doen. Weer gaan voelen hoe het van binnen met je gaat is de weg naar meer ontspanning. En dat voelen mocht juist vaak niet, in het klein in de thuissituatie, maar ook in het groot in de maatschappij. Ouders vonden het bijvoorbeeld lastig als er iets uit je stroomde. Je moest natuurlijk je lichaam leren beheersen. Maar mochten je emoties zoals angst, verdriet of boosheid wel uit je stromen? Werden je gevoelens gezien en beantwoord? Vaak moesten we maar flink zijn en doorbijten. Of opvoeders waren zelf emotioneel incontinent zodat ze over ons als kind heen walsten. De boodschap die je als kind daaruit kunt overhouden, is dat jouw gevoel er niet mag zijn en/of dat je het maar beter niet kunt laten zien, want dan ben je niet in goede handen. Voelen was niet veilig en het laten zien was niet veilig. We zijn uiteindelijk bang geworden voor ons gevoel. Het pijnlijke is hier, dat juist je emoties en gevoelens je helpen je eigen weg door het leven te vinden, langs wat wèl en wat niet goed is voor jou. In plaats van een eigen koers te leren uitstippelen, leert ons brein aan om ons te gedragen als een verlengstuk van andermans (vaak totaal gestoorde) stemmingen. In latere partnerrelaties herhaalt zich dit patroon dan ook vaak.

Strak trekken als ideaal
Niet alleen ouders kunnen hun kind de mogelijkheid ontnemen om zichzelf beter te leren kennen. Vooral ook goed/fout boodschappen uit godsdienstige hoek kunnen een kind behoorlijk hinderen in het ontwikkelen van zelfkennis en eigenwaarde. God, Jezus en kerk zijn bij menige cliënt verworden tot boeman eersteklas, met de opvoeders als hun ‘onfeilbare’ handlangers. Geniaal en loyaal zoals een kind zich kan aanpassen aan stresserende omstandigheden, leert het zijn lichaam strak te trekken om de ruimte voor het voelen van al die conflicten zoveel mogelijk te reduceren. Buik in, adem hoog, hoofd achterover, keel op slot. De rugkant van het lichaam is van nature bedoeld om sterk en ‘hard’ te zijn, om ons overeind te houden en klappen op te vangen. Maar nu staat ook de zachte, gevoelige voorkant van het lichaam strak en is hard geworden. Onze sensitieve antennes worden afgedekt door een alert en voorgeprogrammeerd pantser, dat niet meer zo openstaat voor het moment. Strak staan is zelfs een ‘schoonheidsideaal’ geworden, zowel voor mannen als voor vrouwen, dat op allerlei manieren dagelijks op ons netvlies terechtkomt. Een goed uiterlijk, genot en materieel succes staan vaak bovenaan prioriteitenlijstjes. Maar wat, als je ware zelf, je ziel, daar helemaal niet zo mee bezig is?

Onder de deken van schaamte vandaan
Onder al die strakke lichamen, beheersing en hoge energie gaat echter veel lijden en geploeter schuil, zoals eenzaamheid en onzekerheid, angst, bevriezing, pijn, verdriet, boosheid en schaamte. Mensen die een klik voelen met het begrip ‘innerlijk kind’ hebben ergens de moed om onder hun geniale (chapeau!) pantsering op zoek te gaan naar hun onverwerkte oorspronkelijke emoties en gevoelens. In sessies blijkt steeds weer dat, wanneer je jezelf toestaat om contact te maken met oude echtgebeurde pijn (je lichaamsgeheugen ‘weet’ alles nog), je ook weer bij je echte plezier kunt komen. Dan wordt als het ware een deken van schaamte, van ‘niet mogen’ van je geest weggetrokken en word je weer helder. In therapie heb ik indertijd zelf ervaren hoe het voelt om onder die deken uit te komen. Stap voor stap. Ouders, opvoeders, kerk en gezag, ze kregen een andere plek in mij of helemaal geen plek meer. Godsdienst maakte plaats voor religie. Religie maakte vervolgens weer plaats voor spiritualiteit. Het helemaal leren kennen van mijn zelf kwam in het midden te staan. Wat kwam ik hier eigenlijk doen? Ik ging mezelf bewuster ervaren via relaties, vriendschappen en werk natuurlijk. Maar vooral leerde ik alleen met mezelf te zijn op een innerlijke plek zonder enige veroordeling. Een onzichtbaar woordeloos midden. Deze reis naar en met mijzelf gaat nog steeds door en inspireert mij onverminderd om anderen te helpen zichzelf ook van hun bezwaarde gemoed te ontdoen. Innerlijk kindwerk leert je onder de deken van schaamte, van het ‘niet mogen’ vandaan te komen. Het opent de weg om je ware zelf tegen te komen en meer hoogte te krijgen wat die in dit leven komt doen. Daar is het nooit te laat voor, al was het maar om je ware zelf voor het eerst in eeuwen eens bewust in de gaten te krijgen.

Bekijk/Bestel hier mijn e-book Last van Ploeterinflatie, over jezelf beter leren kennen en dieper ontspannen via je innerlijk kind.

1 Response to Je mag jezelf helemaal leren kennen


  1. 28 februari, 2017 at 15:42  
    Heel goed artikel. Geeft me toch weer eventjes dat zetje in m'n rug om ook eens aan mezelf te denken.

Leave a Reply