Tel: 085 - 87 69 455     Praktijk InnerlijkKindWerk is een onderdeel van MetaSupport.
Psychologische Begeleiding en Zelfontwikkeling sinds 2004

InnerlijkKindWerk Blog

Als je alleen maar bent wat je doet, heb je vroeg of laat een probleem

De vulkaan van binnenEen van de meest ingrijpende dingen in een kinderleven is wanneer opvoeders geen onderscheid maken tussen de persoon en het gedrag van hun kind. Wanneer je de boodschap krijgt dat je bent wat je doet. Dan leer je als kind niet dat je onvoorwaardelijk gewenst bent en er mag zijn. Alles wordt voorwaardelijk, afhankelijk van je gedrag en de goed- en afkeuring daarvan. Dan heb je vroeger of later diep van binnen een probleem. Je bent jezelf niet en dat creëert enorm veel basisstress in lichaam en geest.

Opvoeders zijn zelf waarschijnlijk ook opgegroeid zonder dit gezonde onderscheid tussen persoon en gedrag te hebben ervaren. En gingen op dat spoor verder met hun kinderen. Maar dit stukje is niet bedoeld om begrip voor hen op te brengen. Wat doet zoiets in een kind?

Als kind is alles sowieso een leerervaring. Je bent de hele tijd met al je zinnen bezig om de wereld binnen en buiten jezelf te leren kennen. Ik kom veel mensen tegen die zijn opgegroeid in een cultuur waar alleen je gedrag telt, niet wie je bent, wat je denkt of wat je voelt. Alleen wat je doet, wat je presteert dat wordt opgemerkt en meestal negatief. Dan leer je niet dat je iemand bent die ‘er gewoon is’. Je loopt de diepe ervaring van ‘onvoorwaardelijkheid’ mis. Dat wat je ook denkt, voelt of doet, je er mag zijn. Want je bent iemand, een wezen op zich.

Wanneer gedrag het is waaraan je steeds bent afgemeten, dan internaliseer je de boodschap ‘wie ìk ben is niet gewenst’ en ‘ik moet liefde verdienen’. Je leert pleasen en presteren en zoekt voortdurend bevestiging of je het wel goed doet. Je leert aan om geen nee zeggen, want dan vinden ze je niet meer aardig. Maar vroeger of later ga je er tegenaan lopen, dat dit niet werkt voor jou. Want ook al vindt iedereen je nog zo aardig en geslaagd, van binnen ben je eigenlijk woest over dit gemis. je bent een borrelende vulkaan. Alleen mag je woede, je lava niet naar buiten, tenzij je een hele goede reden hebt (en die heb je natuurlijk niet). Je woede slaat naar binnen en dat kost veel energie.

Of je wordt juist iemand die steeds zijn eigen glazen ingooit met heftige stemmingswisselingen. Iemand die van het ene op het andere moment een portie lava over zijn omgeving kan uitbraken. De zweep laat knallen en zijn omgeving heftig kan laten schrikken. Want je durft geen ja meer te zeggen tegen wat of wie er is. Je vertrouwt mensen niet meer en gaat in de aanval als ze te dichtbij komen.

Beide reacties op dit fundamentele gemis van onvoorwaardelijkheid in de kindertijd geven enorm veel stress in de gezondheidsbasis van lichaam en geest. Want wanneer is het goed wat je doet? Wanneer is het genoeg? Je weet het niet want die goedkeuring kwam er ook nooit! Echt volwassen worden betekent eigenlijk het leren onderscheid maken tussen persoon en gedrag. Bij anderen, maar vooral eerst bij jezelf. Wie ben ik eigenlijk zelf onder al mijn gedrag? Ga weer terug naar binnen, naar wie je was voordat je je gevoel van ongewenst zijn ging overleven. Terug naar je innerlijk kind. Want wie je was, zit daar nog steeds op je te wachten, puur en intact. Je hoeft alleen maar terug naar huis te komen.

Een doorstartgesprek helpt om als zorgverlener je hoofd boven water te houden

eigen zorgpraktijkVeel zorgpraktijken hebben de afgelopen twee jaar te lijden van een snel inzakkende vraag naar complementaire vormen van gezondheidszorg. Zij worstelen met de vraag hoe het hoofd boven water te houden en hoe het verval misschien weer een beetje goed te maken in 2015. Dat is een fikse breinbreker, want juist in de complementaire zorg kun je je diensten niet zomaar aanbieden aan iedereen. Het moet wel aansluiten op iemands bewustwording. Een praktisch ‘doorstartgesprek’ geeft je helderheid over je mogelijkheden om tot een concrete doorstart te komen.

Ten gevolge van de financiële crisis in 2008 heeft de gemiddelde Nederlander € 25.000 aan financiële reserves in rook zien opgaan. Sindsdien zijn er in toenemende mate bezuinigingen en afslankingen door de economie gegaan om een herhaling te voorkomen. De portemonnee van de gemiddeld Nederlander (lees: zorgvrager) is een stuk leger geworden en een aantal forse ingrepen moet nog komen. Die kunnen vanaf 2015 nog verder de onzekerheid en koopkrachtverlies vergroten.

Iedereen begrijpt dat mensen momenteel de hand op de knip houden, ook wat betreft gezondheidszorg. Dat hoeft niet zozeer een vorm van ‘zorg mijden’ te zijn. Mensen gaan liever even geen nieuwe financiële verplichtingen aan, zoals een alternatieve therapie die je geheel of gedeeltelijk zelf moet betalen. Ze zoeken het bijvoorbeeld nu even meer in de reguliere zorg van het basispakket. Tel daarbij op dat het aantal zorgverzekeraars, dat complementaire gezondheidszorg vergoedt, intussen sterk is gedaald. En de overblijvers vergoeden steeds minder. Zie daar in een paar pennenstreken mijn versimpelde analyse van het zware weer waarin zorgpraktijken momenteel kunnen verkeren. Hoe houd je hierin het hoofd boven water en hoe kun je in 2015 deze daling wellicht weer een beetje ombuigen naar boven?

In een doorstartgesprek met ondergetekende praktijkbegeleider ga je je mogelijkheden om door te starten ophelderen. We kijken wat er tot nu toe goed liep en minder goed in je aanbod. Waar lag dat aan? Wat kun je halen uit een analyse van je exploitatie van de afgelopen paar jaar? Welke beperkende en verruimende factoren spelen er in je marktomgeving een rol? In één of meer gesprekken kom je tot de contouren van je doorstartplan. Daarmee kun je dan onderbouwde beslissingen nemen over je verdere koers. Want afwachten is alleen een optie als je de omstandigheden voor je laat beslissen.

Mijn eigen mentaliteit is, dat tegenslagen ook een ‘blessing in disguise’ zijn, een uitnodiging van het leven om tot weer een andere en vaak betere versie van mijzelf te komen. En dat komt in de zorgverlening helemaal goed uit. Want daar gaat het vooral om de kwaliteit die jij in je werk legt, waarop de mensen afkomen. Dus, laat je moed niet zakken, maar bel (085-8769455) of mail voor een gratis kennismakingsgesprek (data en tijden van het inloopspreekuur) of maak meteen een afspraak voor een doorstartgesprek.

Praktijkondersteuners, wijkteams en ervaringsdeskundigen als nieuwe zorgpartners?

Meer zelf doen en samen doenDe gezondheidszorg is sterk in beweging. Al een paar jaar wordt er steeds meer gestuurd op efficiëntere en effectievere behandelingen. Ook de complementaire gezondheidszorg, waar InnerlijkKindWerk onder valt, heeft een enorme professionaliseringsslag doorgemaakt. Dit heeft ervoor gezorgd dat complementaire zorgverleners steeds meer serieus genomen worden door beleidsmakers en verzekeraars. Tegelijkertijd staan veel zorgpraktijken onder druk van teruglopende klantenaantallen als gevolg van de economische crisis. Mensen krijgen minder vergoed of zijn minder snel bereid om financiële verplichtingen aan te gaan voor een behandeltraject.

Kern van de bewegingen in de zorg (in bredere zin) is dat inzet van de dure professionele kracht steeds meer beperkt gaat worden tot de complexere gevallen. Daar waar mensen hun problemen zelf of samen met hun netwerk hanteerbaar kunnen maken, zal dat ook zo worden aangepakt. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 is daar een zeer actueel en confronterend voorbeeld van. Drie elementen wil ik hier benoemen die ik als kans zie voor complementaire zorgverleners om zich beter te positioneren in het bewegende veld van zorgverleners in de eigen buurt of regio.

Huisartsenpraktijken hebben in de afgelopen tijd allemaal praktijkondersteuners (POH’s) aan hun personeel toegevoegd. Meestal een praktijkondersteuner op somatisch gebied (fysieke klachten) en één op het vlak van de geestelijke gezondheid. Deze POH’s moeten de aanvoer van patiënten naar ziekenhuizen verminderen door als eerste behandelstation voor hulpvragen te dienen. Dat betekent soms dat de POH’s patiënten zelf behandelen in de huisartsenpraktijk. Het kan ook betekenen dat de POH na de intake besluit dat iemand gebaat is bij een gespecialiseerde professional, wat ook een complementaire (niet-medische) behandeling kan inhouden. Het is daarom van strategisch belang om je als complementaire zorgverlener bekend te maken bij de POH’s in je buurt of regio. Zo kun jij mogelijk ook een van de professionals worden, waarnaar doorverwezen kan worden. Mijn eerste contacten met lokale POH’s verliepen positief. Je professionele beroepstitel en verzekeringserkenning zijn hierbij noodzakelijke voorwaarden natuurlijk.

In het kader van de WMO 2015 zal in wijkgerichte en zelfsturende teams de eerste golf zorgvragen van gezinnen, ouderen en andere doelgroepen opgevangen en bekeken gaan worden. In zo’n wijkteam zitten personen uit de wijkverpleging, thuiszorg, buurtzorg en maatschappelijk werk en heeft tientallen cliënten onder zijn hoede. Hier wordt bekeken of de hulpvraag door iemand zelf of samen met zijn netwerk opgelost kan worden. Pas daarna gaat men eventueel over tot doorverwijzing naar een professional. Ook hier is het van belang om als complementaire zorgverlener erover na te denken of het zinvol kan zijn om je vanuit jouw discipline bekend te maken bij die nieuwe wijkteams. Hier is het misschien wel lastig dat deze wijkteams vaak nog in oprichting zijn en het soms niet duidelijk is wie je kunt aanspreken.

Ook op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg is er een beweging gaande terug naar de ‘core business’. Ook daar komt meer een element van zelf doen en samen doen in zwang in de vorm van het inzetten van ervaringsdeskundigen (oud-patiënten). Zij zullen taken in behandeltrajecten gaan vervullen zodat de professionele behandelaar zich meer kan gaan concentreren op complexere zorgvragen. Vooralsnog is het fenomeen ervaringsdeskundige nog zo nieuw voor de reguliere professional, dat het accent vooral nog ligt op het gevoelig maken van de professionele organisaties voor deze bijzondere medewerkers. Ervaringsdeskundigen zijn soms tot een doorbraak gekomen in hun proces mede door uitstapjes te maken naar de complementaire behandelaar. De kans die hier ligt voor complementaire zorgverleners is naar mijn idee vooral het aanhaken bij ervaringsdeskundigen als gedreven ambassadeurs van meer mensgerichte en holistische behandelwijzen.

Wanneer je als complementaire zorgverlener aankijkt tegen een sterk gedaalde zorgvraag en je zoekt naar nieuwe mogelijkheden om een cliëntenstroom aan te boren, dan denk ik dat praktijkondersteuners, wijkteams en ervaringsdeskundigen nieuwe zinvolle partners kunnen worden in je directe omgeving. Ook brengt het de reguliere en aanvullende zorg dichter bij elkaar. En tot slot speelt deze herpositionering helemaal in op het minder snel medicaliseren van zorgvragen en het stimuleren van mensen tot meer zelfredzaamheid en zelfhelend vermogen.

Stoeiende vaders keren terug uit hun ballingschap

StoeienIk merk vaak aan mannen dat zij beducht zijn voor fysiek contact met andere mannen of hun zoons. Ze reduceren hun spontaniteit tot een afstandelijk schouderklopje of een aai op armlengte over de bol. Dat heeft naar mijn mening onder andere te maken met hun eigen jeugd waarin ze op armlengte werden gehouden door een emotioneel afwezige vader. Een jeugd waarin ze niet die intieme band hebben leren kennen van goedkeuring tussen vader en zoon. Als vaders afstandelijk blijven dan leren hun jongens hun krachten niet goed kennen. En deze mannelijke goedkeuring kunnen ze niet bij hun moeder halen.

Iedere jongen doet van zelf wel een keer ervaringen op met stoeien. Met een broer of zus, met vriendjes op school of op de sportclub. Maar als je het zelfvertrouwen mist vanuit een goedkeurende vader dan kan het stoeien al gauw uit de hand lopen in gefrustreerd vechten, met een winnaar en een verliezer. De een gaat zich machtiger voelen over de ander. Bij de ander krijgt stoeien een hardhandige en vernederende lading. Het ligt dan voor de hand dat zij niet gauw meer uit eigen beweging fysiek contact opzoeken met hun soortgenoten. Ze gaan verdere bonding uit de weg, gaan fysiek in een soort ballingschap. Ze trekken zich soms zelfs helemaal terug uit hun lichamelijke kracht en investeren alleen nog in mentale kracht in hun hoofd om confrontaties voor te zijn en alles in de gaten te houden. Het lijf lijkt lamgelegd en onbewoond.

Vaak zeggen mannen in therapie dat ze niet fysiek worden, omdat ze bang zijn een ander pijn te doen. Hier gaat dan iets meer achter schuil. Meestal hebben ze persoonlijk de pijn ondervonden wanneer een ander fysiek werd. Dat kan gaan om een lastige broer of zus, een pestkop op school tot en met een gewelddadige vader. Dit laat diepe sporen na. Daar wil je niet op lijken. Maar het kan ook een arrogante rationalisatie zijn, dat de ander niet tegen een stootje zou kunnen. Want zo hoeven ze hun eigen kracht niet te leren kennen.

Het is een hele stap voor deze mannen om weer fysiek te gaan worden. Want alles in hen roept dat ze dan op die vreselijke broer of vader gaan lijken. Lichaamswerk biedt hier een hele goede eerste uitweg. Maar door met mannen in therapie ook het vreedzame middengebied van het stoeien weer op te zoeken, kunnen ze die oude blokkade op ‘fysiek worden’ verder leren opheffen. Ze gaan ervaren dat stoeien juist niet hardhandig, vernederend of gewelddadig is. Dat het een spel is om je eigen grenzen en die van de ander bewust te worden. Dat de ander ook tegen een stootje kan. Dat je de ander respect betoont door hem de moeite waard te vinden. Dat het veel energie geeft om je krachten te voelen. En dat het fysieke heel aardend en bevestigend werkt. Als vaders weer gaan stoeien met hun zoons, dan keren ze weer terug uit hun zelfgekozen ballingschap en sturen ze hun zoons er niet naartoe.

Niet te snel en te mooi, geef mij maar de scherven

Gelukkige jeugd gehad!?In een vorige baan was ik schrijver van marketingteksten. Daar was ik gewend om met de deur in huis te vallen en een voordelig effect te claimen. Mijn teksten moesten in één pakkende zin of in de 30 seconden dat je met iemand in de lift stond, overtuigen waarom iemand ‘mijn product’ zou moeten kopen. De ‘what’s in it for me’ vraag van de klant beantwoorden. Maar nu, als therapeut van mensen met onverwerkte ervaringen uit hun kindertijd, ben ik vele malen terughoudender in het doen van claims. Niet dat mijn vroegere claims ongegrond waren, maar omdat de innerlijke geestelijke groei van een mens zich niet zo vast laat omlijnen.

Niet dat ik twijfel aan het helende werk met het innerlijk kind. Integendeel, je mag me daar midden in de nacht voor wakker maken als het ware. Mijn terughoudendheid komt vooral voort uit de volgende twee overwegingen. Ten eerste blijkt mij telkens weer dat de werking van de therapie, de heling juist loopt langs de weg van de zeer persoonlijke en unieke beleving van de cliënt. Geen cliënt reageert hetzelfde. Om dit te generaliseren in een protocol of een claim is als het putten van een emmer water uit een stromende rivier. Het stilstaande water in de emmer wordt belangrijker gemaakt dan de stromende rivier.

Er is vooral een tweede overweging die mij ootmoedig maakt om met een ‘elevator pitch’ te strooien. In de wereld van heling op een meer spirituele basis (wie ben ik eigenlijk, wat doe ik hier op aarde?), regent het van wervende oproepen die een makkelijk en snel resultaat lijken te suggereren. Kom bij ons en laat je angst los, ontspan je, open je hart, vind je innerlijk man/vrouw, leef je passie, etc. Dat zal vast voorkomen, maar vaak in afhankelijkheid met de therapeut. Thuis, alleen met je gedachten, gevoelens en gedrag is dat wat anders.

In mijn sessies gaat het steeds weer over wat iemand tegenhoudt om zijn angst los te laten, zich te ontspannen en zich te openen. Dat wat iemand tegenhoudt vraagt om aandacht en mededogen. Dat is het tweespan van het gekwetste en het overlevende kind. Die laten zich niet zomaar ontspannen of loslaten. Daar heeft iemand zijn/haar leven lang in geïnvesteerd. Wat ik het mooiste vind aan werken met het innerlijk kind, is het afdalen met de cliënt en een lampje in het duistere oord van het gekwetste en het overlevende kind. Om hen te gaan erkennen, dat ze er zijn, dat het klopt wat er gebeurd is en hen te bedanken voor hun goedbedoelde maar kinderlijke intenties. En hen dan uit te nodigen om te overwegen mee naar buiten te gaan, naar het licht, vrijwillig. En dat duurt zolang als het duurt. Sommigen gaan acuut mee naar buiten, anderen vertrouwen de brenger van het goede nieuws nog niet.

Veel cliënten hebben zich als kind niet welkom of niet gewenst gevoeld. Dat is een subtiel verschil, maar beiden hebben niet geleerd te kunnen vertrouwen op anderen en op zichzelf. Bij wijze van spreken konden zij zich vanaf dag 1 (conceptie) niet koesteren in een veilige omgeving van de moederbuik of later in de wieg. Hun zenuwstelsel ontwikkelt zich in een staat van alarm en ze worden nog gevoeliger dan een kind van nature al is. Veel cliënten zitten daardoor niet echt in hun lichaam. Hun energie trekt zich in verschillende mate terug uit handen/armen en voeten/benen (koud) en vaak ook uit de romp naar alleen het hoofd. En soms zelfs ook daar voorbij naar buiten het lichaam. Dan blijkt het innerlijk kind vaak letterlijk buiten de persoon rond te lopen, blootgesteld aan alle gevaren.

Het herstellen van het vertrouwen tussen de volwassene en het innerlijk kind is een hoogst individueel proces. Sommigen komen hier in 20 keer bij. Anderen hebben wel 50 of 100 keer nodig om hun scherven bij elkaar te brengen en weer vertrouwen in zichzelf en daarna anderen te gaan voelen. Dat laat zich niet schematiseren of protocolleren. Laat staan in een snelle en mooie slogan te vatten. Wat ik wel aandurf is de claim ‘Maak Van Je Scherven Weer Een Kunstwerk’. Zoals Gaudi deed vanuit de diepste diepten.

Deur verder open voor de complementaire zorg?

De Canvas reportage ‘De Bittere Pil’ (van april 2014, herhaald op 17 augustus) maakt melding van almaar stijgende kosten van de gezondheidszorg. Het medicijngebruik blijft toenemen. Veel ongemakken worden met medicijnen behandeld. En medicatie is vaak kostbaar, omdat deze langdurig moet worden ingenomen. Dit zet naar mijn mening de deur verder op een kier voor de complementaire zorg om de reguliere gezondheidszorg aan te vullen met alternatieve werkende oplossingen.

Hier de trailer van de Canvas reportage ‘De Bittere Pil’ (verderop de hele uitzending).

Onlangs vond een busongeluk plaats, waarbij een chauffeur zijn bus vol Belgische schoolkinderen in een tunnel te pletter reed, vermoedelijk onder invloed van antidepressiva. Dit heeft in de media de discussie doen oplaaien over de omvang en risico’s van antidepressiva, in België weliswaar. In de Canvas reportage De Bittere Pil (hele uitzending) geven bekende psychiaters aan dat het medicijngebruik te hoog dreigt op te lopen. Niet alleen zware depressieve klachten maar ook veel lichtere gevallen worden standaard met antidepressiva behandeld. Uit wetenschappelijke studies is gebleken dat in veel gevallen psychotherapie, counseling of bijvoorbeeld bewegingstherapie een duurzamer effect kunnen hebben. Uit proeven is gebleken, dat wanneer men na een bepaalde gebruiksperiode de patiënt zijn antidepressivum stopt, deze vaak terugvalt in zijn oude klachten. Maar wanneer men de patiënt zijn psychotherapie stopt, valt deze vrijwel niet terug. Aandacht en praten hebben ook een heilzame werking. Ik ben blij om te horen dat er van binnenuit de psychiatrie zo constructief en genuanceerd tegen antidepressiva en placebo-effecten wordt aangekeken.

Het bieden van gezondheidszorg heeft naar mijn mening meer dan ooit baat hebben bij de professionele en kosteneffectieve bijdrage van de complementaire gezondheidszorg. Zo heb ik in mijn praktijk meegemaakt dat zelfs cliënten met een psychiatrische diagnose in hun dossier, soms baat kunnen hebben bij aandacht voor hun verleden en bewustwording over hun persoonlijkheidsvorming. Hoe ze zijn geworden wie ze zijn. Het is ook voorgekomen dat de cliënt hierdoor de medicatie kon gaan afbouwen in overleg met de reguliere behandelaar. Hier is denk ik ook nog wel een weg te gaan tussen de reguliere en complementaire zorgverlener. Het leren kennen van elkaars methodieken en behandelvormen is denk ik noodzakelijk om elkaar te naderen en te gaan toelaten. In de psychiatrie staat tegenwoordig het behandelen met medicijnen onbetwist op de eerste plaats. De Freudiaanse benadering, dat stoornissen voortkomen uit de jeugd en bewust gemaakt en verwerkt kunnen worden, is naar de achtergrond getreden. In het therapeutisch concept van het innerlijk kind staat de bewustwording over het eigen verleden en de eigen persoonsopbouw juist centraal. Ik hoop van harte dat de zorgen om de betaalbaarheid van de gezondheidszorg de deur verder openzet voor de kosteneffectieve bijdrage vanuit de complementaire disciplines.

Trauma versterkt walging en dat bemoeilijkt latere relaties

WalgingWe kenden al 5 basisemoties (de 5 B’s): Bang, Blij, Boos, Bedroefd en Beschaamd. Daar komt nu een 6e ‘B’ bij, namelijk die van Walging. Er is onlangs wetenschappelijk ontdekt dat ook walging in dit rijtje thuishoort.

Walging is een natuurlijke afkeerreactie (emotie) die als functie heeft om onszelf te beschermen tegen indringing van buiten:

  • Tegen ziekteverwekkers (pathogenen)
  • Tegen uitwisseling van lichaamssappen / sexueel contact of
  • Tegen moreel verwerpelijke personen/gedrag.

Wij kennen walging in de context van het innerlijk kind wanneer het over relaties of co-dependency gaat. De anti-afhankelijke partner walgt bijvoorbeeld van de behoeftigheid van de afhankelijke partner. Die behoeftigheid betekent waarschijnlijk dat de ander nabijheid vraagt. En dat kan resulteren in het uitwisselen van lichaamssappen (zeg maar sex) wat beladen kan zijn. Of er ontstaat risico op indringing door moreel verwerpelijke ideeën/gedrag van de ander, zoals bijvoorbeeld bedrog en verraad. In de co-dependency gaan we er vanuit dat een partner vaak zo anti-afhankelijk geworden is vanwege bedrog of verraad in de kinderjaren.

Mijn theorie is dat naarmate een persoon sterker getraumatiseerd is geweest in de jeugd, dus sterkere ‘indringing’ heeft ervaren, hij/zij een versterkte walgingsreactie kan gaan vertonen. Een versterkte afkeerreactie, die kan uitmonden in allerlei dysfunctioneel afkerige gedachten, gevoelens en gedrag. Hierdoor kunnen vriendschappen, relaties, intimiteit en sexualiteit in het latere leven als extra moeilijk en gecompliceerd worden ervaren. De getraumatiseerde persoon kan een patroon ontwikkelen waarin hij/zij zich liever separeert van de omgeving.

Iemand meer bewust maken van de rol van walging in zijn/haar gedachten, gevoelens en gedrag, is in mijn ervaring een hele goede ingang om zelfacceptatie en heling op gang te brengen en meer menselijk contact mogelijk te gaan maken. Bekijk hier de uitzending van ‘Labyrint: Walging, de vergeten emotie‘, van zondag 13 okt 2013.

Pijnlijke vroege jeugd bepaalt mede latere pijnbeleving

(BBC doc: The Secret World of Pain)Pijn is een natuurlijk waarschuwingssysteem. Pijn geeft aan dat je lichaam beschadigd raakt of dat je gezondheid/leven in gevaar is. Pijn is een signaal dat je een grens overgaat. Goed dat dat er is.

Pijnprikkels leren je waar jouw grenzen liggen. Pijn blijkt door iedereen echter anders ervaren te worden. Er zijn mensen die helemaal geen pijn ervaren of juist overmatig veel en chronisch. En alles daar tussenin. Wetenschappelijk onderzoek naar pijn boekt de ene doorbraak na de andere. Enerzijds hebben wetenschappers het gen ontdekt dat de pijnbanen in ons weefsel aanlegt (of juist niet). Anderzijds ontdekt men hoe vroege levenservaringen latere pijnbeleving kan versterken. Denk daarbij aan vroeggeboren baby’s die soms vele pijnlijke behandelingen moeten ondergaan. Dit overactiveert de vorming van pijnbanen in hun weefsel en maakt hen veel gevoeliger.

Niet alleen is men nu op zoek naar medicijnen die het defecte gen kunnen bijsturen, zonder bijwerkingen. Ook ontdekt men hoe je door aandachtssturing, positieve emoties en besluitvaardigheid pijn minder plek in je brein kunt geven. Vroege ziekenhuistrauma’s zijn regelmatig een kernelement in de verhalen van mensen die hun innerlijk kind willen helen: de verlating daarbij door de ouders (met name de moeder) en de invasieve medische handelingen op het baby’tje. Enorme onveiligheid en paniek die het baby’tje heeft ervaren en overgevoelig hebben gemaakt.

In innerlijk kindwerk is het belangrijk om die oude pijn te gaan erkennen en tot bedaren te laten komen. En soms is het nodig om als volwassene van nu te leren deze langdurig ingesleten pijn te gaan begrenzen. Door meester te worden over je emoties, door je aandacht te leren sturen en te leren besluiten dat er een grens aan mag zijn.

Het fop-effect van nicotine en alcohol

hersenschemaRoken en drinken zijn twee sociaal geaccepteerde vormen van gedrag. Alleen gaat het hier wel om twee potentieel verslavende stoffen: nicotine en alcohol. Wat maakt deze stoffen zo moeilijk weerstaanbaar? Wat doen ze met je lichaam en geest?

Nicotine en alcohol hebben allerlei effecten op ons lichamelijk functioneren. Als het daarbij bleef, zouden we niet snel verslaafd raken, want lichamelijk voelt het uiteindelijk niet erg fijn. De valkuil schuilt ‘m in de psychische effecten van nicotine en alcohol. Ze doen iets met je ‘beleving’.

Lichamelijke effecten
Nicotine belandt doorgaans via je longen in je lichaam (soms via kauwgum of pleisters), alcohol via je slokdarm. Daar triggeren deze stoffen allerlei lichamelijke reacties. Dat zijn niet de reacties waardoor je je ‘lekkerder’ gaat voelen. Het gaat hier om de processen die op gang komen om deze (giftige) stoffen te verwerken en weer af te voeren. Als je veel rookt of drinkt leidt dat op den duur tot allerlei ernstige beschadigingen. Waar het mij om gaat is het psychische effect van deze stoffen.

Het psychische fop-effect
Wanneer alcohol of nicotine in je lichaam circuleren, komen ze via de bloedbaan ook in de hersenen. Daar treden ze uit de bloedbaan en komen tussen de hersencellen in. Daar veroorzaken ze ‘fop-effecten’ in zenuwcellen. Nicotine veroorzaakt in de receptorcellen (die ontvangen instructies) een sterker beloningseffect (je ‘lekkerder’ voelen) dan de normale stof die daar op die plek moet landen. Een sigaret opsteken doet je dus ‘beter’ voelen. En je ontwikkelt een hang naar dit kunstmatige ‘goede’ gevoel: je neemt nog een sigaret en nog een. Het stofje werkt verslavend en heeft ondertussen ook negatieve lichamelijke effecten (longen, bloedvaten, etc). Alcohol heeft ook een fop-effect: alcohol treedt uit de bloedbaan en omstroomt dan de hersencellen. Daar veroorzaakt het dat de receptorcellen steeds inactiever worden. Je ervaart dat in het begin als ontspannend, maar hoe meer je drinkt, hoe meer allerlei hersen- en lichaamsfuncties hun activiteit verliezen (zie plaatje): je wordt minder beheerst, je inschattingsvermogen vermindert, je zicht, spraak en motoriek gaan achteruit, je coôrdinatie en evenwicht verminderen. Hoe verder je gaat hoe meer ook je vitale lichaamsfuncties (longen, hart) in het geding komen (coma of erger). En ook van alcohol heb je steeds meer nodig om datzelfde gevoel van ‘ontspanning’ te bereiken. En dan hebben we het nog niet over de lichamelijke effecten van alcohol en zijn afbraakproducten op je slokdarm, maag, lever, nieren, bloedvaten, etc.

Animaties over alcohol, nicotine en andere verslavende stoffen
In mijn zoektocht naar heldere en aanschouwelijke informatie over roken en drinken ten behoeve van mijn cliënten, stuitte ik op de website van Jellinek waar fantastische animaties staan over wat alcohol en nicotine (en andere drugs) in je lichaam en in je hoofd doen. In Nederland is Jellinek in Amsterdam hèt kennis- en behandelcentrum van diverse verslavingen. Op hun website van staan animaties over Drugs in de hersenen. Hier kun je close-up in je hersenen meekijken met wat er gebeurt als je (teveel) drinkt, rookt of blowt. Kies een taal en dan een verslavende stof. Dan krijg je stap voor stap verteld (zet het geluid aan) wat er gebeurt. Juist dat psychische effect gaat over ‘jezelf foppen’. Misschien een extra reden om roken of drinken de baas te gaan worden. Succes!!

Schadelijke ervaringen zijn potentieel omkeerbaar

DNA_helixJe kunt regelmatig lezen over erfelijke aandoeningen of aangeboren defecten die een mens kunnen treffen. Wat minder vaak in de aandacht staat, zijn de veranderingen (lees: beschadigingen) van je DNA die tijdens je leven kunnen optreden, dus door wat je in je leven meemaakt.

Epigenetica heet dit kennisgebied. Het bestudeert de veranderingen in DNA tijdens je leven, dus na (epi) je wording (genese), waarbij vader en moeder hun genen in een cocktail hebben gegooid tijdens de conceptie. Een dergelijke DNA-verandering kan je lichamelijke gezondheid min of meer ernstig aantasten. Bekend is, dat bij ouderen kanker in de meeste gevallen tijdens het leven is veroorzaakt, bijvoorbeeld zonlicht dat huidkanker veroorzaakt. Goed nieuws is, dat deze DNA-veranderingen potentieel omkeerbaar zijn.

Tennisbal
Eerst even iets fascinerends over DNA. Stel je voor, je neemt een draad (zo’n spiraal als in het plaatje) van 40 kilometer lang en je propt die in een tennisbal. Die tennisbal kun je nu als het ware beschouwen als de kern die in elke individuele lichaamscel zit. Zo heeft elke cel in zijn kern (die tennisbal) 3,2 miljard genen (de stokjes in de spiraal) en even zoveel schakelaartjes om die genen aan of uit te zetten. Die kern bevat dus de codering voor wat die cel moet doen. Niet elk gen hoeft namelijk in elke cel actief te zijn: je wilt geen oog op de plek van je oor hebben. Een oorhuidcel moet oorhuidweefsel produceren, een hoornvliescel moet hoornvlies produceren, enzovoort. Zoals gezegd, vanaf de conceptie kunnen sommige schakelaartjes ‘verkeerd’ zijn komen te staan (genetische afwijkingen). Maar ook tijdens ons leven kunnen factoren ervoor zorgen dat sommige schakelaartjes ‘verkeerd’ gaan staan (epigenetische afwijkingen). Daardoor kunnen de desbetreffende beschadigde cellen zich afwijkend of soms zelfs kwaadaardig gaan gedragen. Dat kan onze gezondheid ernstig schaden.

Vier manieren van dna-beschadiging
Wat zijn nu die factoren die tijdens ons leven zo’n schakelaar kunnen omgooien?

  1. Een eerste belangrijke factor wordt gevormd door een teveel of te weinig aan nutriënten. Zo kan een gebrek aan de stof foliumzuur ernstige beschadiging van het embryo veroorzaken (open ruggetje). Of, Vitamine C helpt het lichaam bijvoorbeeld om potentieel schadelijke moleculen (vrije radicalen) af te vangen en te voorkomen dat deze schadelijke kettingreacties in de cellen veroorzaken.
  2. Een tweede invloedrijke factor is vergif dat een biochemische reactie in ons lichaam (= cellen) veroorzaakt die cellen onherstelbaar kan beschadigen. Denk bijvoorbeeld aan alcohol (bijv. leverkanker of hersenbeschadiging) of nicotine (bijv. longkanker) die in grote hoeveelheden giftig zijn voor ons lichaam.
  3. Een derde factor is gedrag. Bijvoorbeeld te weinig bewegen en ongezond eten kan je suikerstofwisseling ontregelen en diabetes veroorzaken. Of het verslaafd zijn aan stress/adrenaline, wat het lichaam voortdurend in een alarmfase houdt, onder de invloed van stresshormonen (zoals cortisol geproduceerd door de bijnierschors). Uitputting van de bijnierschors kan de cortisol-aanmaak verstoren en een aantal ziekten veroorzaken.
  4. Een vierde belangrijke factor wordt gevormd door omgevingsfactoren. Zo is vastgesteld dat familieomstandigheden/-cultuur van invloed zijn op het risico dat iemand loopt op hart- en vaatziekten. Ook kun je denken aan traumatische ervaringen. Daarbij wordt zoveel schrik en angst in het lichaam gemobiliseerd dat als deze energie niet wordt afgevoerd (via een vecht- of vluchtreactie) maar in het lichaam vast blijft zitten sommige lichaamsfuncties daarna verstoord kunnen raken. Bijvoorbeeld slapeloosheid, angstgevoelens, concentratiestoornissen, prikkelbaarheid of woedeuitbartstingen.

Schade potentieel omkeerbaar
Wat mij vrolijk maakt aan epigenetica, is dat schadelijke effecten van stoffen, gedrag en omstandigheden potentieel omkeerbaar zijn. De schakelaars kunnen in een aantal gevallen weer in de goede stand terugkomen. Natuurlijk, sommige fysieke, emotionele of mentale schade zal onomkeerbaar blijken, maar de lading mag eraf. Je hoeft je niet alleen maar ‘slachtoffer’ te voelen van je (familie)omstandigheden. Je familie en je geschiedenis hebben je getekend, dat wel, maar het heeft echt zin om je ervan bewust te worden hoe je tekort bent gekomen, hoe zaken je systeem dreigen te belasten voorbij herstel. Het is zinvol om je zenuwstelsel te gaan ontladen van de stress die erin opgeslagen ligt en te leren om betere omstandigheden voor jezelf en je naasten te scheppen.