het gekwetste kindHet gekwetste kind ontstaat in de loop van de eerste levensjaren. Soms al heel vroeg in het levensproces raken wij onvermijdelijk weleens geschokt: wanneer onze grenzen worden overschreden door fysiek, verbaal, emotioneel of sexueel gedrag van onze ouders en opvoeders. Of we raken weleens beschaamd: wanneer onze primaire behoeften niet begrepen en onbeantwoord worden.

Van start gegaan als het pure natuurlijke kind verzamelen we in onze eerste jaren als het ware een emmertje shock (door grensoverschrijding) en een emmertje schaamte (door afwijzing/verlating). We ervaren allerlei gevoelens die soms gewoon te groot waren om te verwerken, bijvoorbeeld gevoelens van:

  • angst, paniek, onveiligheid
  • afwijzing, verlating, onzekerheid
  • geschonden door lichamelijk, verbaal, emotioneel of sexueel geweld)
  • boosheid, razernij, haat
  • walging
  • verdriet, onmacht
  • beschaming, onwaardigheid

Rondom het pure natuurlijke kind ontstond gaandeweg een laag van pijnlijke ervaringen, wat we het gekwetste kind noemen. Het gekwetste kind belichaamt (letterlijk) de ongedramatiseerde pijn die hoort bij de oorspronkelijke blauwdruk-ervaringen van grensoverschrijding of verlating/afwijzing. Om aan deze (als het ware ‘schone’) pijn niet ten onder te gaan, ontwikkelden wij allemaal bij het groter worden een derde laag: Het Grote Overlevende Kind. Daar is het dramatiseren van deze pijn begonnen.