Het godenkindHet Godenkind
Het blonde godenkind aan zee
vergaart schelpen en schepsels
op die schitterende vlakte
van ruimte en licht.

Ver zie ik het wandelen, opgaand in
zijn schattenjacht, turend naar beneden,
terwijl een lichtkrans van onschuld
speelt om hoofd en naakte leden.

Een nietige pen lijkend
tegen de kantlijn van de oceaan,
beschrijven zijn voetsporen
onmetelijke levenskracht
in zijn tenger teer bestaan.

Zo voel ik mij verbonden
met dat godenkind, nog licht van geest,
klein, maar nooit eenzaam
in dit grootse spel van elementen en getij

en bij het vinden van
een waardevol kleinood in het zilt,
zich even evenbeeld van God wanend,
majestueus en vrij.

Bron: Kristel D’Huysser (gedicht Juni)