DramadriehoekDe economie draait op onze ego’s, op de drama’s van onze innerlijke kinderen. Vandaar mijn idee om het over ‘egonomie’ te hebben. Onder het ego versta ik de sterk vervlochten dynamiek tussen het gekwetste en het overlevende kind in ons. Vroege pijn en verdriet hebben in ieder van ons een scala aan overlevingsstrategieën in het leven geroepen. Zo gaat dat gewoon. En strategieën gebruiken we op latere leeftijd vaak nog steeds als ‘oplossing’ voor iets wat ons oncomfortabel maakt.

Als je je eenzaam of leeg voelt, dan ga je bijvoorbeeld op zoek naar vulling van die leegte met bijvoorbeeld activiteiten of contacten of met bevestiging door iemand anders. Je gaat jezelf aanbieden via daten of heel erg je best doen, presteren om gezien te worden of erbij te horen. Of je gaat bijvoorbeeld je waardeloze gevoel wegstoppen met eten, drinken, blowen. Als je erbij stil gaat staan, dan hebben wij bij elkaar haast ontelbare manieren ontwikkeld om onze gekwetstheid af te dekken. Bij elkaar opgeteld resulteert dat in een massa van economisch gedrag van kopen en verkopen, van consumeren en produceren om het discomfort van ons gekwetste kind niet meer zo te hoeven voelen: de ‘egonomie’.

Werken met je innerlijk kind betekent dat je het intens vervlochten duo van het gekwetste en overlevende kind, je ego, stapje voor stapje gaat ontvlechten. De overlevingsrespons op oude kwetsingen is heel sterk en heel primair. In de literatuur bestaat een ijzersterk model waarmee je die overlevingsrespons in het dagelijks leven kunt uiteenleggen. Dit is de Dramadriehoek of Reddersdriehoek (Karpman, 1968). Een model met drie mogelijke rollen die je kunt spelen: de slachtofferrol, de reddersrol en de daderrol. Ik gebruik hier het woord dader, ipv aanklager, omdat dader de lading vaak beter dekt. Het zijn drie overlevingsrollen, maar haarscherp van elkaar te onderscheiden. Ik pas dit model toe op alle relaties, zoals familie, vrienden, partner, werk, niet alleen op hulpverleningsrelaties zoals in het originele model.

Overleven als slachtoffer, redder en dader
De dramadriehoek treedt in een relatie meestal in werking wanneer één van de twee personen zijn eigenwaarde onderuit laat gaan, en zich hulpeloos (als slachtoffer) gaat gedragen. Dit doet een appèl op de ander om hem/haar te komen redden. Dat is ook vaak wat er eerst gebeurt in een relatie. Maar na een tijdje redden gebeurt het steevast dat de redder niet genoeg dankbaarheid meer ervaart van het slachtoffer. Dan kan het zo maar gebeuren dat de redder teleurgesteld naar de daderrol verhuist en het slachtoffer nog eens extra de grond in boort met verbaal, fysiek, emotioneel of seksueel geweld. Deze drie rollen vormen ook de kern van alle soaps. Er is altijd iemand die zich hulpeloos opstelt, iemand die de hulpeloze probeert te redden en iemand die de relatie liever weer kapot maakt. Het ‘overlevingsvoordeel’ van de slachtofferrol is, dat je je niet verantwoordelijk hoeft te voelen voor jezelf. Het voordeel van de reddersrol is dat je niet aan je eigen verwaarloosde behoeften hoeft te denken, omdat je altijd met een ander bezig bent. En het voordeel van de daderrol is, dat je je groot en machtig voelt in plaats van klein en kwetsbaar. Het zijn alledrie ijzersterke ego-programma’s om de eigen kwetsbaarheid of gekwetstheid eronder niet te hoeven ervaren.

Oude economie
Denk je eens in wat een economische waarde er uitgaat van ons ieder die zijn of haar discomfort probeert weg te werken met consumeren, met productief zijn en weer kapot maken. In hun slachtofferrol oefenen mensen een enorme vraag uit naar hulp, zorg, begeleiding, aandacht en allerlei gemaksartikelen, gericht op ‘krijgen’ en ‘bezitten’. In hun reddersrol leveren mensen die hulp, zorg, aandacht en begeleiding, gericht op ‘geven’ en hangend aan het succes en nut dat al dat presteren oplevert. En in hun daderrol zorgen mensen ervoor dat anderen weer klein gemaakt worden, zodat iemand zich groot en machtig kan blijven voelen. In innerlijk kindwerk gaat deze oude economie op de schop. Je leert de destructieve en vaak ongezonde dynamiek van je ego te ontzenuwen en tot rust te brengen.

Nieuwe economie
Het leren stoppen met de dramadriehoek van je innerlijk kind betekent een enorme verandering in en om je heen. Het betekent verandering van ongezonde voedingsgewoonten, van uitputtende manieren van aandacht vragen of geven, andere manieren om je grenzen aan te geven. Verandering van manieren van gezien willen worden. Dit leidt dan ook meestal tot veranderingen in de transacties die je gewend was te doen. Je gaat gezonder eten, je gaat op zoek naar meer vervulling in je relaties, in je werk- of woonsituatie. Ook de transacties binnen een huwelijk of relatie kunnen op in beweging komen. De verantwoordelijkheden voor zorg of inkomen kunnen gezonder verdeeld gaan worden. En iedereen bij elkaar opgeteld betekent dit op termijn ook een verandering van de economie als geheel.

Ook na het innerlijk transformatieproces blijft het innerlijk kind in principe de motor van economische transacties. Maar nu op basis van een gezonder innerlijk kind: minder gekwetst, puurder en minder uit op overleven maar meer in contact met de eigen werkelijke behoeften, gericht op vrij zijn, bewegen en creëren. Denk bijvoorbeeld aan een economie gebaseerd op plant-, dier en mensvriendelijke productiemethoden. Als je je eigen gekwetste kind uit zijn oude kwellingen hebt weggehaald, dan ga je vanzelf merken dat je ook in je consumptiegedrag geen kwellingen meer wilt blijven veroorzaken in de productieketen van goederen of diensten. Je gaat je stapje voor stapje bewust worden dat het bevoordelen van jezelf ten koste van iets of iemand anders geen toekomst meer heeft. Het draagt eerder bij aan je karma, je kerfstok met leed dat je tijdens je leven veroorzaakt hebt.

Ruilen en delen
Een groeiende uiting van nieuwe economie, gebaseerd op geweldloosheid, respect en elkaar iets gunnen, zijn de vele initiatieven op het gebied van ruilen en delen. Ruilen is het nieuwe kopen, delen is het nieuwe hebben. Zelf kom ik nog heel erg uit een cultuur van het willen bezitten van een eigen exemplaar van iets. Dit vergt in mij nog wel een cultuurverandering. Maar ik zie aan mijn neven en nichten, die een jaartje of 25 jonger zijn, dat er al een compleet andere cultuur tot stand is gekomen. Niemand is daar uit op bezit, niemand is uit op rijkdom. Maar ze reizen de hele wereld over, smeden overal vriendschapsbanden dwars door culturen en nationaliteiten heen, surfend van couch tot couch bij kennissen in Verweggistan. Dit sla ik met ontzag gade. Toen ik in 1979 economie ging studeren, heb ik daar nooit zoveel diepgang in ervaren. Maar nu met mijn focus op de wereld van het innerlijk kind krijg ik een veel diepgaandere kijk onder de motorkap van onze egonomie.

1 Response to Egonomie: het innerlijk kind als motor van oude en nieuwe economie

  1. Hennie Boeve

    3 februari, 2015 at 22:39  
    Mooi beschreven.

Leave a Reply