Tel: 085 - 87 69 455     Praktijk InnerlijkKindWerk is een onderdeel van MetaSupport.
Psychologische Begeleiding en Zelfontwikkeling sinds 2004

Zet je gedachten stil, maak je hoofd leeg

Zet je gedachten stil, maak je hoofd leeg

hoofd leeg makenDe meeste mindfulness technieken om mijn hoofd leeg te maken werken niet voor mij, omdat ik mijn brein nog steeds iets te doen geef, iets waar het op moet focussen (ademhaling, zitten, liggen) en dus iets waar het over kan steggelen. Zelfs wanneer ik mijn ogen dichtdoe, blijven ze beelden aandragen, maar nu vanuit mijn herinnering of fantasie. In een rustig moment komen er al zo’n 3600 indrukken per minuut ons brein binnen om verwerkt te worden. Ik heb ontdekt wat mijn gedachten echt stillegt, wat mijn hoofd werkelijk leegmaakt.

Ik ga ontspannen zitten en met mijn ogen dicht ontspan ik de spiertjes in mijn oogballen, een voor een, ik stop met het focussen van mijn ogen. De twee ijverige kruiwagens komen tot stilstand en worden niet langer meer gevuld. Ze veranderen in twee knikkers die los in hun kas liggen. Wanneer ik zo zit en mijn ogen stoppen met het binnen kruien van ladingen beelden, dan valt mijn brein ‘gewoon’ stil en heeft het eigenlijk niets meer te doen dan het reguleren van mijn ademhaling, hartslag, bloeddruk, temperatuur. Mijn hoofd wordt leeg, mijn denken valt stil, mijn ‘denkspier’ ontspant en vertoont misschien wat ‘spierpijn’ van al mijn gedenk, maar mijn gewaarzijn blijft aanstaan en neemt zelfs toe. Er ontstaat een heldere ruimte in mijn hoofd en mijn brein vouwt zich verder uit zich als een gevoelige antenne. Probeer zelf maar eens. Als je wil, laat me je ervaring weten.

Je mag jezelf helemaal leren kennen

Nieuwsgierig naar jezelfMensen die innerlijk kindwerk willen doen, komen vaak met uitspraken als ‘ik mag niet genieten’, ‘ik kan me niet ontspannen’, ‘ik mag niet blij zijn’. Er mag een heleboel niet. Naar mijn gevoel speelt er een soort wetmatigheid een rol in de manier waarop we onszelf in evenwicht hebben leren houden: als het ene niet mag, dan mag het tegenovergestelde waarschijnlijk ook niet. Als ik niet verdrietig mag zijn, dan mag ik ook niet blij zijn. Wat mij zo blijft inspireren in het innerlijk kindwerk, is de toestemming dat je jezelf helemaal mag leren kennen, van de hoogste hoogte tot de diepste diepte. Heel bevrijdend die toestemming, er is helemaal geen veroordeling, er is alleen maar een groeiend liefdevol bewustzijn en het stap voor stap achterlaten van je geploeter, het ontspannen in wie je wèl bent.

Hoe meer hoekjes en laagjes ik in mezelf mag erkennen en toestaan, hoe blijer en ontspannener ik word. Hoe meer mijn ‘container’ (zoals ik dat noem), mijn persoonlijke ruimte mag uitdijen, hoe meer ik kan en mag genieten van wat of wie er in mijn leven is. En hoe meer mijn ‘container’ uitdijt, hoe groter deel van het leven er binnen mijn ontspanning valt. Boeddha wordt soms afgebeeld met een hele dikke buik. Dat betekent niet dat hij zoveel te eten had, integendeel. Die buik symboliseert zijn totale ontspanning. Check zelf nu maar eens of je buikspieren ontspannen zijn of niet. Mag je buik ‘hangen’? Als dat mag, dan ben je al aardig op weg om ontspannen te mogen genieten van wat er is. Als je je buik strak trekt dan haal je de ruimte uit je lichaam weg om je gevoel te voelen. Je ‘container’ vernauwt zich. Een ander kenmerk dat hier direct mee samenhangt is een hoge ademhaling: wanneer er geen uitdijing mogelijk is in de buik, dan kun je alleen maar hoog ademen. En minder ademen is minder voelen.

Er mocht een heleboel niet
De weg naar het beter leren kennen van jezelf loopt dus via het weer contact maken met je gevoel. Je voelt natuurlijk de hele tijd van alles, maar er weer contact mee maken, dat is wat anders: contact met je primaire sensaties, met je emoties en met je gevoelens. Belangrijk is ook om af te leren onze gevoelens eerst te analyseren en censureren in ons hoofd. Erover nadenken en inzichten ontwikkelen volgen vanzelf, daar hoef je niet extra je best voor te doen. Weer gaan voelen hoe het van binnen met je gaat is de weg naar meer ontspanning. En dat voelen mocht juist vaak niet, in het klein in de thuissituatie, maar ook in het groot in de maatschappij. Ouders vonden het bijvoorbeeld lastig als er iets uit je stroomde. Je moest natuurlijk je lichaam leren beheersen. Maar mochten je emoties zoals angst, verdriet of boosheid wel uit je stromen? Werden je gevoelens gezien en beantwoord? Vaak moesten we maar flink zijn en doorbijten. Of opvoeders waren zelf emotioneel incontinent zodat ze over ons als kind heen walsten. De boodschap die je als kind daaruit kunt overhouden, is dat jouw gevoel er niet mag zijn en/of dat je het maar beter niet kunt laten zien, want dan ben je niet in goede handen. Voelen was niet veilig en het laten zien was niet veilig. We zijn uiteindelijk bang geworden voor ons gevoel. Het pijnlijke is hier, dat juist je emoties en gevoelens je helpen je eigen weg door het leven te vinden, langs wat wèl en wat niet goed is voor jou. In plaats van een eigen koers te leren uitstippelen, leert ons brein aan om ons te gedragen als een verlengstuk van andermans (vaak totaal gestoorde) stemmingen. In latere partnerrelaties herhaalt zich dit patroon dan ook vaak.

Strak trekken als ideaal
Niet alleen ouders kunnen hun kind de mogelijkheid ontnemen om zichzelf beter te leren kennen. Vooral ook goed/fout boodschappen uit godsdienstige hoek kunnen een kind behoorlijk hinderen in het ontwikkelen van zelfkennis en eigenwaarde. God, Jezus en kerk zijn bij menige cliënt verworden tot boeman eersteklas, met de opvoeders als hun ‘onfeilbare’ handlangers. Geniaal en loyaal zoals een kind zich kan aanpassen aan stresserende omstandigheden, leert het zijn lichaam strak te trekken om de ruimte voor het voelen van al die conflicten zoveel mogelijk te reduceren. Buik in, adem hoog, hoofd achterover, keel op slot. De rugkant van het lichaam is van nature bedoeld om sterk en ‘hard’ te zijn, om ons overeind te houden en klappen op te vangen. Maar nu staat ook de zachte, gevoelige voorkant van het lichaam strak en is hard geworden. Onze sensitieve antennes worden afgedekt door een alert en voorgeprogrammeerd pantser, dat niet meer zo openstaat voor het moment. Strak staan is zelfs een ‘schoonheidsideaal’ geworden, zowel voor mannen als voor vrouwen, dat op allerlei manieren dagelijks op ons netvlies terechtkomt. Een goed uiterlijk, genot en materieel succes staan vaak bovenaan prioriteitenlijstjes. Maar wat, als je ware zelf, je ziel, daar helemaal niet zo mee bezig is?

Onder de deken van schaamte vandaan
Onder al die strakke lichamen, beheersing en hoge energie gaat echter veel lijden en geploeter schuil, zoals eenzaamheid en onzekerheid, angst, bevriezing, pijn, verdriet, boosheid en schaamte. Mensen die een klik voelen met het begrip ‘innerlijk kind’ hebben ergens de moed om onder hun geniale (chapeau!) pantsering op zoek te gaan naar hun onverwerkte oorspronkelijke emoties en gevoelens. In sessies blijkt steeds weer dat, wanneer je jezelf toestaat om contact te maken met oude echtgebeurde pijn (je lichaamsgeheugen ‘weet’ alles nog), je ook weer bij je echte plezier kunt komen. Dan wordt als het ware een deken van schaamte, van ‘niet mogen’ van je geest weggetrokken en word je weer helder. In therapie heb ik indertijd zelf ervaren hoe het voelt om onder die deken uit te komen. Stap voor stap. Ouders, opvoeders, kerk en gezag, ze kregen een andere plek in mij of helemaal geen plek meer. Godsdienst maakte plaats voor religie. Religie maakte vervolgens weer plaats voor spiritualiteit. Het helemaal leren kennen van mijn zelf kwam in het midden te staan. Wat kwam ik hier eigenlijk doen? Ik ging mezelf bewuster ervaren via relaties, vriendschappen en werk natuurlijk. Maar vooral leerde ik alleen met mezelf te zijn op een innerlijke plek zonder enige veroordeling. Een onzichtbaar woordeloos midden. Deze reis naar en met mijzelf gaat nog steeds door en inspireert mij onverminderd om anderen te helpen zichzelf ook van hun bezwaarde gemoed te ontdoen. Innerlijk kindwerk leert je onder de deken van schaamte, van het ‘niet mogen’ vandaan te komen. Het opent de weg om je ware zelf tegen te komen en meer hoogte te krijgen wat die in dit leven komt doen. Daar is het nooit te laat voor, al was het maar om je ware zelf voor het eerst in eeuwen eens bewust in de gaten te krijgen.

Bekijk/Bestel hier mijn e-book Last van Ploeterinflatie, over jezelf beter leren kennen en dieper ontspannen via je innerlijk kind.

Mijn digitale boekje: Last van Ploeterinflatie (vernieuwd)

Cover Last van PloeterinflatieAls je geploeter steeds minder oplevert en chronische stress je gezondheid ondermijnt, dan kan je via je innerlijk kind het juk van de stress afleggen.

De afgelopen 15 jaar heb ik als innerlijk kindtherapeut mensen mogen begeleiden bij het ontspannen en opruimen van oude negatieve stresslagen in hun persoon. Ik vind het een kostbaar voorrecht om mensen te mogen begeleiden naar meer ontspanning en meer naar hun authentieke zelf. Dit werk inspireert mij dermate dat ik ter gelegenheid van ruim 10 jaar InnerlijkKindWerk mijn ontdekkingen, inzichten en ervaringen hier wil delen in dit digitale boekje, nu ook met zelfhulpvragen en oefeningen om zelf te ervaren. Ik heb het als het ware geschreven van ervaringsdeskundige tot ervaringsdeskundige. Ik wil er ook mee bereiken dat iemand die kampt met langdurige stress op het idee kan komen dat zijn of haar ‘innerlijk kind’ een relevante benadering is om de stress structureel te verminderen. Om verdere uitputting te keren en weer te gaan herstellen. Ik bedank je alvast voor je aandacht en nodig je uit om in mijn ontdekkingen en inzichten te delen. Ik wens dat dit boekje mensen een extra zetje mag geven op weg naar diepere ontspanning en verdere zelfontplooiing.

Bestel hier de download (pdf) in mijn webshop. Na het afrekenen vind je op je factuur de download link.

Het innerlijk kind als tweede generatie oorlogsslachtoffer

70-Jaar-BevrijdingAls ik werk met kinderen van oorlogsslachtoffers (dat zijn volwassenen) dan springt er één aspect in hun verhalen steeds in het oog: er werd thuis niet gepraat over de oorlog, sterker nog, er werd helemaal niet gepraat. Alles wat emoties kon oproepen, zoals woorden, drukte, herrie, rommel, moest worden vermeden.

Onwillekeurig dacht ik zelf dan weleens: waaròm werd er niet over gepraat? Het niet-praten door de ouders heeft vaak diepe sporen van onzekerheid en angst achtergelaten in de tweede generatie. Zo leerde je niet te ervaren dat je gevoelens er mogen zijn, je leerde er niet mee om te gaan, vragen te mogen stellen, te onderzoeken, te botsen. Je leefde met een geheim in huis, een beerput, een donkere wolk en dat mocht je als kind niet verstoren. Sommigen raakten als kind verstrikt, verstard en deden alles om maar niet tot last te zijn. Anderen sprongen uit de band en werden onhandelbaar. Er bestaat nu ook een officiële erkenning voor de problematiek van de tweede generatie oorlogsslachtoffers.

Na het zien van de documentaire Het Laatste Hoofdstuk (2DOC, 13-04-2014) begreep ik beter waarom overlevenden vaak niet over hun oorlogservaringen konden praten. Ze hadden zulke onbeschrijflijk onmenselijke dingen gezien, zelf ondergaan of soms zelfs gedaan. Daar kan je bijna niet over praten. Een vader vertelt zijn kind later niet over de handgranaat die hij in zijn bureaula had liggen om zijn gezin in geval van nood op te blazen als de vijand het huis zou binnenvallen. Of, zoals een van de hoofdpersonen in deze documentaire zegt: “Ik heb niet overleefd op mijn goede gedrag”. Zelfs het overleefd hebben op zich vervult menige overlevende met diepe gevoelens van schuld en schaamte. Zij waren op een of andere manier de dans ontsprongen, de anderen waren vermoord. Dat komt duidelijk naar voren in de documentaire Verlies niet de moed (2DOC, 04-05-2015).

De documentaire Het Laatste Hoofdstuk, over twee oude mannen die uiteindelijk tot spreken komen en hun put openen, heeft diepe indruk op mij gemaakt. Het heeft mij meer ontzag gebracht voor het onuitsprekelijke en woordenloosheid te respecteren. Maar het innerlijk kind van de tweede en misschien ook derde generatie wil soms weten en verwerken, ook na 70 jaar bevrijding.

Valentijnsdag: verklaar de liefde aan je innerlijk kind

Het godenkindHoe vaak denken we onbewust niet, dat we hier zijn om liefde te krijgen. We verwachten liefde, zoeken liefde, eisen liefde en gaan het halen: bij anderen, omdat we denken dat we zelf liefde tekort komen. Dat is een wijdverbreid misverstand.

Het zoeken naar liefde buiten onszelf kan een zeer hardnekkig patroon worden, dat garant staat voor veel teleurstelling en frustratie. ‘We’ verwachten liefde van anderen, ja, maar wie in ons heeft die verwachting eigenlijk? De liefdevolle volwassene waarschijnlijk niet, want die is al in balans. Dikke kans dat het ons innerlijk en meestal sterk verwaarloosde kind is, dat aan het woord is. Hij of zij is vaak veel aandacht en liefde tekort gekomen en is blijven zoeken, blijven verwachten, zelfs opeisen. Dat zegt ook iets over je levenskracht. Je geeft niet op, het moet ergens te vinden zijn. Maar waarschijnlijk heb je eerst nog jaren je neus gestoten bij ‘anderen’. Uiteindelijk begint het je te dagen ….

Wanneer je als volwassene weer met je verwaarloosde innerlijk kind contact gaat maken, dan komt er een liefde in je vrij, die je al die jaren buiten jezelf hebt gezocht. De liefde die je (kind) zocht, had je al die tijd al bij je. Alleen ben je daar nooit in bevestigd geweest door je opvoeders, of in ontmoedigd of zelfs voor gestraft geweest. Decennia lang heb je geleefd in een patroon van ‘het is er niet voor mij’ of de liefde die er wel was, was nooit precies goed of nooit genoeg. Maar ineens begin je te smelten, voel je ontroering over jezelf. Ineens sluit het energielek zich en begin je weer vol te lopen, misschien loop je wel over met liefdevolle gevoelens. Je bent weer thuisgekomen.

Om dat thuiskomen concreet te stimuleren kun je het volgende doen: neem een liefdesliedje, een popsong en vervang de ‘jij’ of ‘you’ in gedachten door je innerlijk kind. Liedjes als ‘Kom maar bij mij’, ‘When I need you’, ‘I cannot live without you’ of ‘When will I see you again?’ krijgen ineens een hele andere, innerlijke betekenis. Je verklaart de liefde aan je innerlijk kind. En dat is precies wat het nodig heeft. En jij bent de enige die dit op deze manier kan, niemand anders. Je uitgehongerde innerlijk kind krijgt weer voeding, begint zich meer te ontspannen en te expanderen. Het is weer veilig geworden in jou. En als het aan je prachtige godenkind ligt, is het iedere dag Valentijnsdag! Je ontdekt misschien wel dat je hier bent om liefde te geven.

Ik ben benieuwd welke liedjes voor jullie deze innerlijke liefdesverklaring doen voelen. Ik nodig je uit om het me in een reactie te laten weten.

Egonomie: het innerlijk kind als motor van oude en nieuwe economie

DramadriehoekDe economie draait op onze ego’s, op de drama’s van onze innerlijke kinderen. Vandaar mijn idee om het over ‘egonomie’ te hebben. Onder het ego versta ik de sterk vervlochten dynamiek tussen het gekwetste en het overlevende kind in ons. Vroege pijn en verdriet hebben in ieder van ons een scala aan overlevingsstrategieën in het leven geroepen. Zo gaat dat gewoon. En strategieën gebruiken we op latere leeftijd vaak nog steeds als ‘oplossing’ voor iets wat ons oncomfortabel maakt.

Als je je eenzaam of leeg voelt, dan ga je bijvoorbeeld op zoek naar vulling van die leegte met bijvoorbeeld activiteiten of contacten of met bevestiging door iemand anders. Je gaat jezelf aanbieden via daten of heel erg je best doen, presteren om gezien te worden of erbij te horen. Of je gaat bijvoorbeeld je waardeloze gevoel wegstoppen met eten, drinken, blowen. Als je erbij stil gaat staan, dan hebben wij bij elkaar haast ontelbare manieren ontwikkeld om onze gekwetstheid af te dekken. Bij elkaar opgeteld resulteert dat in een massa van economisch gedrag van kopen en verkopen, van consumeren en produceren om het discomfort van ons gekwetste kind niet meer zo te hoeven voelen: de ‘egonomie’.

Werken met je innerlijk kind betekent dat je het intens vervlochten duo van het gekwetste en overlevende kind, je ego, stapje voor stapje gaat ontvlechten. De overlevingsrespons op oude kwetsingen is heel sterk en heel primair. In de literatuur bestaat een ijzersterk model waarmee je die overlevingsrespons in het dagelijks leven kunt uiteenleggen. Dit is de Dramadriehoek of Reddersdriehoek (Karpman, 1968). Een model met drie mogelijke rollen die je kunt spelen: de slachtofferrol, de reddersrol en de daderrol. Ik gebruik hier het woord dader, ipv aanklager, omdat dader de lading vaak beter dekt. Het zijn drie overlevingsrollen, maar haarscherp van elkaar te onderscheiden. Ik pas dit model toe op alle relaties, zoals familie, vrienden, partner, werk, niet alleen op hulpverleningsrelaties zoals in het originele model.

Overleven als slachtoffer, redder en dader
De dramadriehoek treedt in een relatie meestal in werking wanneer één van de twee personen zijn eigenwaarde onderuit laat gaan, en zich hulpeloos (als slachtoffer) gaat gedragen. Dit doet een appèl op de ander om hem/haar te komen redden. Dat is ook vaak wat er eerst gebeurt in een relatie. Maar na een tijdje redden gebeurt het steevast dat de redder niet genoeg dankbaarheid meer ervaart van het slachtoffer. Dan kan het zo maar gebeuren dat de redder teleurgesteld naar de daderrol verhuist en het slachtoffer nog eens extra de grond in boort met verbaal, fysiek, emotioneel of seksueel geweld. Deze drie rollen vormen ook de kern van alle soaps. Er is altijd iemand die zich hulpeloos opstelt, iemand die de hulpeloze probeert te redden en iemand die de relatie liever weer kapot maakt. Het ‘overlevingsvoordeel’ van de slachtofferrol is, dat je je niet verantwoordelijk hoeft te voelen voor jezelf. Het voordeel van de reddersrol is dat je niet aan je eigen verwaarloosde behoeften hoeft te denken, omdat je altijd met een ander bezig bent. En het voordeel van de daderrol is, dat je je groot en machtig voelt in plaats van klein en kwetsbaar. Het zijn alledrie ijzersterke ego-programma’s om de eigen kwetsbaarheid of gekwetstheid eronder niet te hoeven ervaren.

Oude economie
Denk je eens in wat een economische waarde er uitgaat van ons ieder die zijn of haar discomfort probeert weg te werken met consumeren, met productief zijn en weer kapot maken. In hun slachtofferrol oefenen mensen een enorme vraag uit naar hulp, zorg, begeleiding, aandacht en allerlei gemaksartikelen, gericht op ‘krijgen’ en ‘bezitten’. In hun reddersrol leveren mensen die hulp, zorg, aandacht en begeleiding, gericht op ‘geven’ en hangend aan het succes en nut dat al dat presteren oplevert. En in hun daderrol zorgen mensen ervoor dat anderen weer klein gemaakt worden, zodat iemand zich groot en machtig kan blijven voelen. In innerlijk kindwerk gaat deze oude economie op de schop. Je leert de destructieve en vaak ongezonde dynamiek van je ego te ontzenuwen en tot rust te brengen.

Nieuwe economie
Het leren stoppen met de dramadriehoek van je innerlijk kind betekent een enorme verandering in en om je heen. Het betekent verandering van ongezonde voedingsgewoonten, van uitputtende manieren van aandacht vragen of geven, andere manieren om je grenzen aan te geven. Verandering van manieren van gezien willen worden. Dit leidt dan ook meestal tot veranderingen in de transacties die je gewend was te doen. Je gaat gezonder eten, je gaat op zoek naar meer vervulling in je relaties, in je werk- of woonsituatie. Ook de transacties binnen een huwelijk of relatie kunnen op in beweging komen. De verantwoordelijkheden voor zorg of inkomen kunnen gezonder verdeeld gaan worden. En iedereen bij elkaar opgeteld betekent dit op termijn ook een verandering van de economie als geheel.

Ook na het innerlijk transformatieproces blijft het innerlijk kind in principe de motor van economische transacties. Maar nu op basis van een gezonder innerlijk kind: minder gekwetst, puurder en minder uit op overleven maar meer in contact met de eigen werkelijke behoeften, gericht op vrij zijn, bewegen en creëren. Denk bijvoorbeeld aan een economie gebaseerd op plant-, dier en mensvriendelijke productiemethoden. Als je je eigen gekwetste kind uit zijn oude kwellingen hebt weggehaald, dan ga je vanzelf merken dat je ook in je consumptiegedrag geen kwellingen meer wilt blijven veroorzaken in de productieketen van goederen of diensten. Je gaat je stapje voor stapje bewust worden dat het bevoordelen van jezelf ten koste van iets of iemand anders geen toekomst meer heeft. Het draagt eerder bij aan je karma, je kerfstok met leed dat je tijdens je leven veroorzaakt hebt.

Ruilen en delen
Een groeiende uiting van nieuwe economie, gebaseerd op geweldloosheid, respect en elkaar iets gunnen, zijn de vele initiatieven op het gebied van ruilen en delen. Ruilen is het nieuwe kopen, delen is het nieuwe hebben. Zelf kom ik nog heel erg uit een cultuur van het willen bezitten van een eigen exemplaar van iets. Dit vergt in mij nog wel een cultuurverandering. Maar ik zie aan mijn neven en nichten, die een jaartje of 25 jonger zijn, dat er al een compleet andere cultuur tot stand is gekomen. Niemand is daar uit op bezit, niemand is uit op rijkdom. Maar ze reizen de hele wereld over, smeden overal vriendschapsbanden dwars door culturen en nationaliteiten heen, surfend van couch tot couch bij kennissen in Verweggistan. Dit sla ik met ontzag gade. Toen ik in 1979 economie ging studeren, heb ik daar nooit zoveel diepgang in ervaren. Maar nu met mijn focus op de wereld van het innerlijk kind krijg ik een veel diepgaandere kijk onder de motorkap van onze egonomie.

Drie houvasten bij het afkicken van dramatiek als pijnstiller

dramatiek als pijnstillerOns brein is gespecialiseerd in het direct beleefbaar maken van ons begrip van de werkelijkheid. Dat doet het in een ‘split second’ door middel van hormonen. Als ik bijvoorbeeld een hond dichtbij zie, produceert mijn brein meteen de bijbehorende angstgevoelens. Want zo ben ik geconditioneerd geraakt als het om honden gaat. Mijn brein creëert deze angstchemie door tussenkomst van bliksemsnelle hormonen die via het bloed overal in het lichaam hun boodschap kunnen afgeven.

Het woord ‘hormonen’ komt ook letterlijk van ‘afstandsbediening’ waarmee het brein het lichaam aanstuurt. Het innerlijk kind kun je daarom ook zien als een biochemisch complex dat het lichaam in een bepaalde gedramatiseerde beleving gevangen kan houden. De chemie van het innerlijk kind is er een, waar we op een bepaalde manier aan verslaafd kunnen raken. Denk bijvoorbeeld aan de chemie van angst, boosheid, verdriet of blijheid. Vier natuurlijke emoties die onder druk van de ervaring door kunnen schieten naar een manier van overleven: altijd bang, altijd boos, altijd verdrietig, altijd blij. Het helen van je innerlijk kind betekent in feite het afkicken van de dramatische chemie waarin het kind zich is gaan hullen in de loop der jaren, op zoek naar redding, naar overleving. Maar hier rijst meteen een ‘methodologisch probleempje’ als je in therapie gaat en juist van het drama in je brein afwil. Want je hebt in het begin niets anders om mee te werken dan dat gedramatiseerde brein. Als je daarmee je eigen ervaring van de werkelijkheid wilt veranderen, hoe kun je dan weten of je jezelf niet voor de gek loopt te houden tijdens het proces? Hoe weet je nou of de vaak intensieve ervaringen die innerlijk kindwerk teweeg kan brengen waar zijn en geen zogeheten mindfuck. Hoe weet je of ze jou op de goede weg brengen en niet ervan af? Tijdens je proces zijn er drie ervaringsfeiten die je houvast zullen bieden.

1: grote emoties zijn van het kind en dus oud
De eerste houvast is de ervaringsregel dat alles wat als ‘groot’ of ‘veel’ aanvoelt, van het innerlijk kind is en dus ‘oud’. De feitelijke situatie rechtvaardigt vaak niet de heftigheid van emoties die je ervaart. Dat wat je als dramatisch, overdreven of heftig ervaart, wijst erop dat het kind in jou aan het woord is. Je bent niet in het nu, maar je bent in iets ouds. Aan de start van een therapieproces heeft de persoon vaak al een hele achtbaan aan dramatiek achter de rug. De kans is ± 90% dat het innerlijk kind aan het roer staat. Voor een liefdevolle volwassene is alles feitelijk vrij praktisch, geproportioneerd, zonder drama. Een echte volwassene regelt het, lost het echt op. Maar voor een kind is de wereld om hem heen groot. Het is ook heel logisch. De eerste ervaringen van een kind met iets of iemand waren nog zonder maat, indrukwekkend zo niet overweldigend. En als daarin iets bij herhaling fout gaat voor het kind dan wordt de pijn of het verdriet in zijn brein ook nog gekoppeld aan ‘groot’ of ‘veel’. Het kind was tenslotte ook echt klein ten opzichte van de wereld toen het allerlei nieuwe ervaringen te verwerken kreeg. Het kind in ons spreekt dan ook vaak in grote termen van ‘nooit’, ‘altijd’, ‘niemand’, ‘iedereen’.

2: the healing is in the feeling
De tweede houvast is: ‘the healing is in the feeling’. Het gedramatiseerde brein is in feite onderwerp van je onderzoek. Het zal hierbij van alles naar je hoofd proberen te slingeren om je af te leiden jezelf te doorgronden en je drama te stoppen. Het brein doet je van alles voelen, maar in werkelijkheid voel je niet echt wàt er is, je ervaart slechts de dramatiek die je brein eraan toevoegt. Bijvoorbeeld als iemand nee zegt op een verzoek van je. Dat kan even pijn doen, maar door op de slachtoffertoer te gaan, hoef je die pijn niet te voelen. De inzet van dramatiek als pijnstiller staat in de medische wereld bekend onder de naam descenderende inhibitie. Wanneer er zich in het lichaam pijn voordoet, wil dit pijnsignaal zich een weg naar boven banen, via het ruggemerg naar de hersenen om begrepen te worden. Wat deed er zo’n pijn? Moet ik daar iets mee? Maar ons brein heeft ook een manier om deze oprijzende pijnprikkel tegen te houden (inhibitie). Door het aanmaken van een heftige emotie in het hoofd wordt de oprijzende pijnprikkel weer neerwaarts geduwd (descenderend), terug het lichaam in. Zo blijft de pijnprikkel in het onbewuste en wordt slechts opgeslagen in het lichaam maar niet verwerkt. We kunnen onze natuurlijke emoties als irritatie, boosheid, verdriet, blijdschap niet alleen inzetten om onze toestand te uiten. We kunnen ze ook inzetten als ‘pijnstiller’, om onze pijntoestand te onderdrukken. Vandaar dat we emoties niet alleen aantreffen in het gekwetste kind (echte pijn), maar ook in het overlevende kind (om de pijn te verdoven).

De heling komt op gang door voorbij deze briljante truc te leren gaan en echt te gaan voelen wat er in je lichaam gebeurt, onder het drama dat je brein er overheen legt. Onder de slachtofferrol zit vaak gewoon een ‘au, dat deed zeer’. Maar omdat het een zoveelste ‘au’ was, heb je je ergens onderweg in je leven onbewust aangeleerd om de pijn te onderdrukken met dramatiek. Zo kun je naast het drama van het slachtoffer bijvoorbeeld in sociale interacties ook een voorkeur ontwikkelen voor de reddersrol (harmonie zoeken) of de daderrol (boosheid); alles om maar niet die werkelijke pijnlaag te hoeven voelen. Heling vindt plaats door weg te gaan van de ‘gedachte’ gevoelens in het hoofd, terug naar de werkelijke gevoelens in het lichaam. Het wonderlijke is namelijk, dat wanneer het lichaam zich door jouw bewustzijn gehoord en gezien voelt, het ook weer tot bedaren komt. Zo gaan stap voor stap de scherpe kantjes van je drama, je ego af. En zo zorg je er ook voor dat je therapie geen herhaling wordt van je kinderdrama, maar juist een verwerking ervan. Alleen dan kun je verder groeien.

3: de waarheid is bevrijdend
De derde houvast is de ervaring dat de waarheid bevrijdend voelt. Als je tijdens de rit inzichten krijgt over jezelf die verlichtend of bevrijdend voelen, dan zijn ze waar voor jou. Daar heb je niemands bevestiging of goedkeuring meer voor nodig. Als inzichten bezwarend of deprimerend voelen, dan zijn ze niet-waar voor je, horen ze niet bij jou (ook al dacht je al die tijd van wel) en zijn meestal van iemand anders (een opvoeder bijvoorbeeld). Sommige deprimerende inzichten kunnen nog nabranders zijn van je slinkende ego (drama) om je te ontmoedigen verder te gaan met het opruimen van je innerlijk, verder te gaan met ruimte maken voor wie je werkelijk bent.

Met deze drie houvasten heb ik het zelf indertijd ook aangedurfd om af te kicken van mijn eigen ‘pijnstillende’ dramatiek en werkelijk te gaan zorgen voor mijn gekwetste kind. Het heeft me geholpen om langdurige fysieke en psychische klachten en ongezonde denk- en gedragspatronen sterk te verminderen. Ik vind het een zegen om mezelf zoveel beter te zijn gaan begrijpen en zoveel meer rust en tevredenheid te mogen ervaren in mijn leven en werken, dan vroeger. Wat verder nog een enorme bonus is, is dat wanneer je je ego hebt doen slinken, het ook veel haalbaarder wordt om je ego helemaal los te gaan laten. Hierover later meer.

Het lichaam als schatkamer vol sleutels tot zelfhelend vermogen

SleutelsCliënten kijken mij in het begin soms verbaasd aan wanneer ik enthousiast reageer op hun klachten. Wat ik dan namelijk hoor in hun verhalen, is dat hun lichaam uitstekend functioneert. Het is voortdurend bezig de bewoner van het lichaam ten dienste te staan door pakketjes energie aan te maken (lees: emoties) om een bepaalde onbalans te repareren. Of het lichaam dient ons bijvoorbeeld door allerlei ladingen op te slaan in het weefsel of door ze op een of andere manier ook weer af te voeren.

Het probleem zit er vooral in dat de cliënt die pakketjes energie, die ladingen, als kind al negatief heeft leren interpreteren. Als kind werden zijn emoties en impulsen vaak afgekeurd of belachelijk gemaakt. Het kind moest gaan vechten tegen wat het voelde, moest dat gaan verstoppen in het lichaam, in plaats van het te leren toestaan, te onderzoeken en te gaan begrijpen. Door te werken met de gevoelens, gedachten en het gedrag van je innerlijk kind en het begripvol te gaan behandelen, boor je een bron van zelfhelend vermogen in jezelf aan. Met de complimenten van Moeder Natuur. Door je pijn en verdriet te gaan erkennen hoeft je innerlijk kind niet meer zo hard te werken om alles eronder te houden of om je aandacht te op te eisen. Het kan thuiskomen, omdat er eindelijk een volwassene thuis is die hem of haar begrijpt, niet veroordeelt maar juist verzorgt. Je energie kan zich gaan losmaken van het onderdrukken en zich gaan richten op heling, voeding en ontspanning, op vrijheid en genieten. In de reguliere geneeskunde wordt vaak met lichaamsvreemde stoffen gewerkt. Bij innerlijk kindwerk gebruiken we de lichaamseigen chemie van de natuurlijke emoties (boosheid, blijheid, bedroefdheid, beschaamdheid, bangheid, walging), van liefde, bevrijding, dankbaarheid en aanvaarding.

Het is een wonder om van cliënten te vernemen wat hun lichaam zich nog allemaal herinnert. Vanuit iemands hulpvraag werken we samen met het lichaamsgeheugen om de ‘weg eruit’ aan het licht te brengen. In oefeningen kan het lichaamsgeheugen aangemoedigd worden om op te laten komen wat er vroeger voor de cliënt fout is gegaan en wat hij of zij nodig had gehad. Afhankelijk van de persoon gaat het lichaamsgeheugen soms terug tot in de baarmoeder of tot het moment van conceptie of zelfs tot daarvoor nog, wanneer de ziel vlak voor zijn of haar incarnatie staat. Dan vind je soms bijvoorbeeld je geboortebesluit terug. Je positieve of negatieve voornemen waarmee je je begon.

Het is een zegen om via deze schatkamer aan sleutels diepverborgen drama’s te ontsluiten en ze tot rust te brengen. En het mooie is, dat er niets omhoog komt, wat je niet aankan. Het lichaam is gericht op overleven en zal zichzelf nooit in gevaar brengen met teveel of te overweldigende informatie. Wat er komt kan je aan. Lichaamsgerichte therapie is een moedige manier om je gedachten, gevoelens en gedrag bij de wortel op te ruimen, om ruimte en energie te scheppen voor wie jij bent.

Te snel overgaan tot vergeven, loslaten of accepteren beklijft niet

loslatenVeel persoonlijke groeiprogramma’s zijn gericht op het vergeven van mensen voor wat zij je aangedaan hebben, het loslaten van het verleden en het leven accepteren zoals het is. Dat is bij werken met je innerlijk kind wat mij betreft ook wel de horizon, maar naar mijn smaak wordt er iets te gemakkelijk een vorm van verlossing voorgespiegeld. Op weg daar naartoe maak ik met mijn cliënten liever eerst een paar indringende therapeutische tussenstops. Te snel overgaan tot vergeven, loslaten of accepteren beklijft naar mijn ervaring niet.

Voordat je effectief kunt vergeven, kan het heel louterend zijn om eerst de ellende waarmee een opvoeder van toen jou heeft opgezadeld, en daarmee je Oorspronkelijke Zelf heeft ondergesneeuwd, letterlijk te benoemen. Hardop te zeggen wat dat met je gedaan heeft om alles daarna terug te geven aan die persoon van toen in jou. Uit diepe loyaliteit nam je als kind de problemen van je opvoeder(s) mee op je. Maar uiteindelijk was het niet jouw probleem, niet jouw strijd. Deze belasting teruggeven aan de afzender bewerkstelligt een diepe reiniging van je energie. Na deze noodzakelijke stap van ‘teruggeven’ kun je de ander dan ook beter ‘maar als mens’ zien en kun je dan vaak pas ruimte voelen om te vergeven.

Voordat je effectief kunt loslaten, kan het nodig zijn om de issues waarmee je zo heb touwgetrokken al die jaren nog eens goed vast te pakken en van dichterbij te bekijken. De intenties van het kind van destijds om zijn problemen op te lossen waren in principe zuiver, maar het bleven de oplossingen van een kind. En die hebben vaak tot erger geleid, dan tot een werkelijke oplossing. Bij afwezigheid van een liefdevolle volwassene in zijn leven, gaat het kind die oplossingen zelf bedenken, als schijnvolwassene. En zo komt het ook tot schijnoplossingen: schijnveiligheid, schijnzekerheid, schijnbeweging, want het zit eigenlijk gevangen in een drama. Als je werkelijk van dichtbij je innerlijke tegenstander in de ogen kijkt, dan kom je tot de ontdekking dat jijzelf het was die al die jaren aan het touw bleef trekken. Nu pas kun je echt loslaten en valt de strijd stil.

En in plaats van het woord accepteren gebruik ik liever het woord aanvaarden. Accepteren heeft voor mij een nog iets te oppervlakkige klank, iets van dulden, tolereren. Aanvaarden heeft voor mij meer de betekenis van leren de dingen binnen te laten zonder ertegen te vechten en in contact met het nieuwe een authentieke respons laten ontstaan. In aanvaarden zit geen afstand meer tussen mij en het andere. Er treedt een uniek raakvlak op. Bij accepteren kun je nog op een afstandje heel dapper van alles lopen dulden of tolereren.

Als je jezelf door teveel stress tegenkomt, leer jezelf dan eens beter kennen via je innerlijk kind

Jezelf-tegenkomenHet concept van het innerlijk kind beschouw ik als een benaderingswijze voor langdurige fysieke en psychische klachten en disfunctionele denk- en gedragspatronen. Een benaderingswijze die complementair is aan reguliere medische behandelingen. Kijken naar je innerlijk kind stelt je namelijk in staat jezelf beter te gaan begrijpen wat betreft je gevoelens, je gedachten en je gedrag. Dit begrip van je eigen innerlijk kind geeft je de kans om te stoppen met (jezelf) te vechten. Het geeft ontspanning en maakt daardoor meer ruimte voor een verwerking van het probleem, naast het stabiliseren van het probleem.

Veel fysieke en psychische klachten en disfunctionele denk- en gedragspatronen kunnen te maken hebben met een structureel te hoog stressniveau je leven; wat ik noem je persoonlijke basisstress. Denk hierbij aan langdurige fysieke klachten zoals spanningsklachten, pijnklachten, vermoeidheidsklachten, huidklachten, spijsverteringsklachten, immuunklachten. Of bijvoorbeeld aanhoudende psychische klachten als angst, paniek, gejaagdheid, stemmingswisselingen, of apathie, leegte, hulpeloosheid, superioriteit of oververantwoordelijkheid. Of denk hierbij aan disfunctionele denk- en gedragspatronen zoals overemotioneel gedrag, ongezond eetgedrag, controlegedrag, piekeren, malen, overheersend gedrag of verslavingsgedrag.

Een bepaalde mate van basisstress is gezond. Het is de natuurlijke spanning die ligt tussen ‘strak’ en ‘slap’. Maar door structureel een te hoge basisstress te ervaren, kan je lichamelijke en geestelijke gezondheid ondermijnd en uitgeput raken. Teveel stress onderdrukt namelijk je immuunsysteem, oftewel je afweer vermindert en je maakt geen gelegenheid om te herstellen. Teveel stress overspant ook je zenuwstelsel, omdat je je onbewust voortdurend ‘in gevaar’ bevindt. En dit overactiveert vervolgens je hormoonstelsel, door voortdurend je alertheid op peil te houden.

Je persoonlijke basisstress zie ik als de spanning die zich over de kinderjaren in je lichaam en geest heeft opgebouwd en die er sindsdien altijd is, ongeacht het appèl dat de actuele situatie op je doet. Mensen die bij mij aankloppen, hebben een structureel (te) hoge persoonlijke basisstress. Op basis van 6 jaar ervaringsdeskundigheid als cliënt en vervolgens 10 jaar werkervaring als therapeut kom ik tot het inzicht dat de persoonlijke basisstress voor een groot gedeelte voortkomt uit wat ik noem je ‘opgroeistress’. Dat is de niet-verwerkte stress die je als kind hebt ervaren in handen van je opvoeders (vader, moeder, oudere broers en zussen, familie, school, kerk, etc) en als onderdeel van een wijdere fysieke en sociaal-economische omgeving.

De methode van het innerlijk kind is een gerichte manier om, complementair aan reguliere medische behandelmethoden, inzicht te krijgen in het ontstaan en de inhoud van de persoonlijke basisstress die zich in jou heeft opgebouwd. Hoe zijn je opvoeders met jouw grenzen en behoeften als kind omgegaan? Hoeveel grensoverschrijding heeft er plaats gevonden? Hoeveel afwijzing van je behoeften heeft er plaats gevonden toen je nog totaal afhankelijk van hen was? In wat voor fysieke en sociale omgeving ben je verder opgegroeid en heb je je verdere voorbeelden opgedaan?

Als je door een te hoge persoonlijke basisstress uiteindelijk ‘jezelf tegenkomt’, besluit dan eens jezelf beter te leren kennen via je innerlijk kind. Het opklaren van de onbewuste innerlijke spanningen biedt je vervolgens ook uitwegen uit je te hoge basisstress. Want als je weet wat jou diep van binnen gespannen houdt, dan kun je gaandeweg je verstrikking met deze stressfactoren ook gaan leren loskoppelen. Je daalt als volwassene van nu af naar het kind van toen in jou. Om het te gaan erkennen en geruststellen. Om het leiding te gaan geven en het kind kennis te laten nemen van het nieuwe NU.